Cranenburgsestraat 112C, 6561 AR Groesbeek - Telefoon: 024-6843298 - info@sbocarolus.nl

Leerlingenzorg

 

Wanneer een leerling wordt ingeschreven op de Carolusschool, starten we met het voor die leerling vaststellen van zo hoog mogelijke en realiseerbare einddoelen. Deze doelen kunnen voor de diverse leergebieden verschillend zijn. 

 

De onderwijskundige ontwikkeling 

De vastgestelde doelen noemen we het onderwijskundig perspectief, afgekort OPP. Het OPP bepaalt grotendeels wat we het aankomende half jaar van de leerling verwachten. In de klas past de leerkracht de aangeboden leerstof daarop aan. Hoe de leerkracht alle doelen voor alle leerlingen tot een werkbaar geheel maakt, staat beschreven in het groepsplan. Met proefwerkjes (toetsen) controleert de leerkracht of de aangeboden stof beheerst wordt. De resultaten van die proefwerken en het werken in de klas worden in het leerlingrapport beschreven.

De leerlingen maken ieder half jaar voor de leervakken een aantal CITO-toetsen. De resultaten daarvan worden vastgelegd in het leerlingvolgsysteem. Op die manier wordt niet alleen het niveau per leerling individueel vastgesteld, maar - nog belangrijker - wordt ook de individuele groei van ieder kind zichtbaar gemaakt. Die groei wordt halfjaarlijks door de groepsmentor besproken. Dit kan leiden tot een aanpassing van de manier van werken of tot een wijziging in de aan te bieden leerstof. Ook kan het overleg leiden tot inzet van meer of juist minder hulp aan een leerling. In het gesprek met de ouders worden de voortgang en de voorgenomen veranderingen besproken.

 

Met extra aandacht voor het welbevinden

Het is belangrijk om bij het vaststellen en benoemen van het ontwikkelingsperspectief van leerlingen óók te kijken naar de sociaal-emotionele ontwikkeling, de werkhouding, het leren leren, de spraaktaalontwikkeling van de leerling en de invloeden van thuis. We formuleren per leerling ook onze streefdoelen ten aanzien van sociale competentie, leren leren, zelfredzaamheid en mogelijke andere pedagogische domeinen. In het kader van de brede ontwikkeling van leerlingen zijn juist deze leergebied overstijgende doelen van groot belang. Immers het bereiken van deze doelen kan in belangrijke mate bijdragen aan het maken van didactische vorderingen en het realiseren van het gewenste uitstroomniveau. Hierin schuilt juist de kracht van het speciale basisonderwijs.

Voor ons leerlingvolgsysteem gebruiken we het pedagogisch expertsysteem ‘ZIEN!’ van ParnasSys. Dit pakket brengt de voorwaarden om tot leren te komen en het sociaal functioneren van kinderen in kaart.

 

Bijzondere ontwikkelingen

Wanneer een leerling zich zodanig sterk ontwikkelt, dat terugplaatsing in het reguliere basisonderwijs een reële mogelijkheid blijkt, nemen we contact op met de ouders.Wanneer de ontwikkeling van een leerling onverklaarbaar hapert of achterblijft, wordt dat met de ouders besproken. Afhankelijk van de aard van de problemen, kunnen bij die bespreking verschillende deskundigen worden uitgenodigd. Dat kunnen de eigen specialisten zijn zoals orthopedagoog en logopedist, maar dat kunnen ook specialisten van buiten zijn (bijvoorbeeld maatschappelijk werk; ambulant begeleiders vanuit het speciaal onderwijs). De adviezen die hieruit volgen worden zo goed mogelijk opgenomen in het groepsplan en in de klas uitgevoerd.

Soms blijkt dat wij een kind niet voldoende kunnen begeleiden. Dan roepen we de hulp in van het speciaal onderwijs (SO). Dit kan leiden tot het krijgen van gerichte adviezen, zodat dit kind (met nog meer hulp) op de Carolus kan blijven. In het uiterste geval behoort verwijzing naar het speciaal onderwijs tot de mogelijkheden.